bouwstenen

Investeringsagenda

Op korte termijn ontbreken de middelen om staand beleid te realiseren en concrete knelpunten in het systeem slim en snel op te lossen.

De focus van de investeringen moet liggen op de opvang van de groei in mobiliteit, niet vanuit de modaliteit en het oude of/of denken, maar bekeken vanuit mobiliteit en een integraal mobiliteitssysteem, inclusief de noodzaak te komen tot een systeemsprong. Goede verbindingen in, met en tussen de stedelijke agglomeraties vragen investeringen op het hoofd- en onderliggend wegennet, het hoofdsysteem, een integrale benadering van trein, lightrail, metro, tram en bus en een optimale aansluiting op modaliteiten als de (deel)auto, kleinschalige (nieuwe) voertuigen, gemotoriseerde tweewielers, (deel)taxi en fiets.Zowel op korte (heden tot 2030) als op lange termijn (2040) zijn er aanzienlijk meer middelen nodig voor investeringen. Op korte termijn ontbreken de middelen om staand beleid te realiseren en concrete knelpunten in het systeem slim en snel op te lossen. Relatief kleine investeringen kunnen daarin al een groot effect sorteren. Voor de periode na 2030 zijn er nog geen nieuwe investeringen gepland. Dat is ongewenst.

In ieder geval is voor het staande kabinetsbeleid en het oplossen van bestaande knelpunten tot 2030 minimaal (gemiddeld) €1 miljard per jaar extra nodig. Dat wil zeggen bovenop de huidige – nog per modaliteit separaat gemaakte- reserveringen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Voor een systeemsprong èn voor de periode 2030-2040 is verdere ophoging en voortzetting van het infrastructuurfonds noodzakelijk, zodat langere termijn investeringen die passen bij de ambities en onderhoud kunnen worden gefinancierd.

Deze investeringen zijn noodzakelijk om de groei in mobiliteit van personen en goederen te kunnen faciliteren. Dat geld is nodig voor onderhoud,  beheer, uitbreiding èn slimme benutting van onze transportsystemen. Stel het flexibel – zonder schotten tussen modaliteiten – ter beschikking aan de volgende vijf prioriteiten:

  1. Tussen de steden: wegnemen van knelpunten en flessenhalzen
    • Investeringen in de spoorweginfrastructuur door zowel aanpak van capaciteitsknelpunten als het mogelijk maken van verkorting van de reistijd, zoals: gerichte uitbreiding naar viersporigheid op de baanvakken Delft zuid – Schiedam en Utrecht – Gouda (eventueel naar Rotterdam Alexander) – onder andere ten behoeve van ‘de Randstad binnen een uur’; aanpassen van capaciteit aan de zuid en westkant van Amsterdam (o.a. extra perronsporen op Zuid); verbeteringen onder andere naar Eindhoven en Arnhem/Nijmegen;
    • Neem flessenhalzen weg op belangrijke corridors op het hoofdwegennet, zoals op de A1, de A4, de A15, de A20 en de A58;
    • (stimuleer) uitbreiding van veilige parkeervoorzieningen en opstelmogelijkheden langs corridors;
    • Investeer in beter benutten van de infrastructuur voor goederenvervoer.
  1. In en rondom steden: zorg voor zoveel mogelijk alternatieven
    • Onderzoek uitbreiding van light-rail verbindingen in en rondom grootstedelijke agglomeraties Amsterdam, Rotterdam & Den Haag en Utrecht, bijvoorbeeld: Schiphol – Amsterdam (centrum), Leiden – Den Haag (west), Dordrecht – Rotterdam – Den Haag en binnenstedelijk richting Utrecht Science park. Als ook de verbetering van de railverbindingen tussen bijvoorbeeld Arnhem en Nijmegen, de Brabantse stedenrij of de Euregio in Limburg voor een goed regionaal daily urban system;
    • Breng de aansluitingen van het onderliggend wegennet op het hoofdwegennet op orde. Dit zijn talrijke bottlenecks in het deur-tot-deur verkeer;
    • Zorg voor voldoende hubs voor multimodaal goederenvervoer en verruim de benuttingstijden van alle modaliteiten;
    • Investeer grootschalig in snelfietsroutes en fietsstallingen, aanvullend op de huidige programmering, zoals aangegeven in ‘Tour de Force’. Leg bijvoorbeeld de ontbrekende fietssnelweg Leiden-Den Haag en een snelfietsroute Tilburg-Eindhoven aan;
    • Een suggestie voor een eerste significante stap in de richting van het toekomstbeeld kan bijvoorbeeld gezet worden door in de komende kabinetsperiode een half miljard euro per grote stad en de omgeving beschikbaar te stellen in een Bereikbaarheidsfonds, waaruit flexibel te besteden is aan urgente verkeersknelpunten over alle modaliteiten heen.
  1. Multimodale knooppunten: maak snelle, slimme overgang van modaliteit mogelijk, zowel voor het personen- als het goederenvervoer:
    • Zorg voor een uitgekiend netwerk van P&R-terreinen aan de rand van de steden. Reserveer hiervoor ruimte;
    • Reserveer ruimte voor logistieke ontkoppelpunten aan de rand van grote steden voor de duurzame stedelijke bevoorrading;
    • Stimuleer een shuttlenetwerk tussen binnenhavens en terminals;
    • Creëer multimodale stations en OV-knooppunten waar alle modaliteiten drempelloos kunnen samenkomen.
  1. Efficiënt en slim inrichten: betere benutting met nieuwe technologie en kleine aanpassingen
    • Stimuleer de ontwikkeling van intelligente transportsystemen (ITS), met standaarden en platforms, gericht op het delen van data en informatie voor het maken van slimme combinaties in het vervoer van personen en goederen;
    • Maak kleine aanpassingen aan het (fiets)wegennet, zoals het verlengen van op- en afritten of het slimmer inrichten van kruispunten, zodat de doorstroming verbetert;
    • Bedien de natte infrastructuur 24/7;
    • De mogelijkheid om vervoerswijzen en -diensten moeiteloos te combineren, vergemakkelijkt de reis van deur-tot-deur en moet leiden tot de optimal modal choice van de reiziger. Dit stelt eisen aan informatievoorziening en systemen voor het betalen van de dienstvoorziening. Met ICT is er veel mogelijk, maar het gebeurt niet vanzelf. In de komende regeerperiode moet bijvoorbeeld het bestaande OV-Chipkaart en OV9292 systeem worden ontwikkeld naar een Next Level digitaal, multimodaal mobiliteitsplatform met als motto “gemak dient de reiziger”;
    • Maak voertuigen ‘connected’ , als impuls aan de mogelijkheden om multimodaal te reizen;
    • Creëer meer ruimte in de stad voor deelauto’s, LEV’s en tweewielers;
    • Breidt het aantal elektrische laadpalen bij woningen en bedrijven uit langs snelwegen en investeer in infrastructurele laadoplossingen, bijvoorbeeld opladen via lussen in het wegdek.
  1. Mainports: zorg voor goede ontsluitingen door de lucht, over zee en naar het achterland
    • Schiphol: zorg voor goede ontsluiting, zowel richting Amsterdam als ook naar alle delen van het land én internationaal;
    • Havens Rotterdam, Amsterdam: verbeter de ontsluiting en stimuleer beter benutten van de bestaande infrastructuur;
    • Vergroten van de sluiscapaciteit in de verbinding met Antwerpen, Gent en Vlissingen;
    • Verbeter de bediening van sluizen in het achterland (o.a. bediening op afstand) en verhoog bruggen voor containervaart (ARK en Maas);
    • Verhoog de bruggen over belangrijke vaarwegen voor de containervaart, zoals de Maas en het Amsterdam-Rijnkanaal;
    • Diep de toegang uit tot havens van Vlissingen en Rotterdam;
    • Draag bij aan de financiering van de Calandspoorboog en een nieuwe spoorverbinding (8km) naar België.